Een nieuwsbrief, een offerte, een LinkedIn-post: hoe scherp je tekst ook geschreven is, één taalfout kan je geloofwaardigheid in één klap onderuit halen. In onze proofreading-praktijk komen we vijf fouten keer op keer tegen. Hieronder leggen we ze uit — inclusief een simpele truc om ze voortaan zelf te spotten.
1. Losgeschreven samenstellingen (Engelse ziekte)
In het Nederlands schrijven we samenstellingen aan elkaar: 'klantenservice medewerker' is fout, 'klantenservicemedewerker' is correct. Twijfel je? Schrijf het standaard aan elkaar — die regel klopt vaker dan los.
2. 'D' of 't' bij werkwoorden
De klassieker. Vervang het werkwoord mentaal door 'lopen': 'hij loopt' → 't', dus 'hij wordt' (niet 'word'). Bij voltooid deelwoord: kijk naar de stam en de regel 't kofschip / 'x-fokschaap'.
3. Hoofdletters waar geen hoofdletters horen
Functietitels, vakgebieden en seizoenen krijgen géén hoofdletter. Het is dus 'marketing manager' en 'in het voorjaar', niet 'Marketing Manager' of 'in het Voorjaar'. Bedrijfsnamen en eigennamen wel.
4. Verkeerd gebruik van de apostrof
Meervouden krijgen meestal géén apostrof: 'foto's' wel (vanwege uitspraak), maar 'menu's' fout — dat is 'menu's' alleen als het bezittelijk is. Bezit: 'Anna's laptop' (eigennaam eindigt op klinker).
5. Komma's bij bijzinnen
Een uitbreidende bijzin krijgt komma's, een beperkende niet. 'Mijn collega, die in Den Haag woont, komt morgen' (slechts één collega) versus 'Mijn collega die in Den Haag woont komt morgen' (één van meerdere).
Zelf je tekst checken
De beste truc: lees je tekst hardop. Je hoort fouten die je oog overslaat. En voor alles wat écht foutloos moet zijn — een offerte, een scriptie, een belangrijke mailing — laat je tekst nog een keer door verse ogen lezen.